Basisonderwijs โ Wiskunde
De leerlingen kennen de begrippen teller, noemer, breukstreep en breuk en begrijpen hun betekenis binnen een breuk.
De leerlingen kunnen breuken noteren, voorstellen en herkennen in een oppervlaktemodel of andere schematische voorstelling.
In deze oefening wordt een breuk visueel weergegeven in een breukenbalk. De leerling observeert de voorstelling en bepaalt zelf de noemer en de teller van de breuk. Zo oefenen leerlingen de betekenis van de teller en noemer en leren ze een visuele voorstelling van een breuk omzetten naar de bijbehorende breuknotatie.