Vergelijkingen: zo ... als ...

Duid het juiste woord aan bij de kenmerkende eigenschap die gegeven wordt.
 

Vergelijken, beeldspraak

Deze opdracht gaat over vergelijkingen met het woordje Ďalsí en een bijvoeglijk naamwoord.

  • Veel vergelijkingen met Ďalsí worden gemaakt met een dierennaam zoals: aal, ezel, hoentje, hond, kreeft, kwartel, mol, pauw, pier, vis, vos en wezel.
  • Sommige vergelijkingen bestaan uit een werkwoord en het woordje Ďalsí.