Dieren handen voeten poten klauwen hoeven

Ieder dier heeft zijn eigen poten, aangepast aan het milieu waarin het zijn voedsel moet zoeken en vangen. Zoek de juiste poten bij de getoonde dieren.
Welke hoeven, klauwen, handen, poten e.d. horen bij de dieren uit de eerste kolom. Klik een dier in de linkerkolom en hoeven, klauwen, handen of poten die bij dat dier horen in de rechterkolom.

Vogelpoten

Watervogels leven bij het water en zoeken er hun voedsel. Sommige watervogels zwemmen veel, andere weinig of nooit. Aan hun poten  kun je zien of het waadvogels of zwemvogels zijn.

Waadvogels zoeken hun voedsel in het water. Dat wil zeggen: lopend door het water.
Een waadvogel heeft geen zwemvliezen , zoals de eend.
Waadvogels hebben vaak een lange snavel om ermee in de modder onder het water te porren.
Daar vangen ze kleine waterdiertjes.
Sommige waadvogels hebben korte poten zoals de scholekster, andere hebben dan weer lange poten. Die poten zijn net stelten.
Reigers, ooievaars en kluten hebben zulke lange poten. Ze kunnen wat dieper in het water lopen zonder nat te worden.

Vaak hebben watervogels ook nog zwemvliezen tussen de tenen. Hierdoor zakken ze niet zo ver weg in de slikkige bodem en sommigen kunnen er ook mee zwemmen. Men noemt ze dan ook zwemvogels.

Roofvogels hebben korte poten met scherpe nagels. Die gebruiken ze om hun prooi te vangen en goed vast te houden.