Stappenplan voor vraagstukken over ongelijke verdeling
Bij deze vraagstukken hebben twee personen samen een bepaald aantal.
Eén persoon heeft meer dan de andere. Volg dit stappenplan om de oplossing te vinden.
1
Zoek het totaal.
Lees hoeveel ze samen hebben.
Voorbeeld: Jan en Piet hebben samen 340 knikkers.
2
Zoek het verschil.
Lees hoeveel meer de ene persoon heeft dan de andere.
Voorbeeld: Jan heeft 80 knikkers meer dan Piet.
3
Trek het verschil af van het totaal.
340 − 80 = 260
4
Verdeel wat overblijft eerlijk.
260 ÷ 2 = 130
Piet heeft dus
130 knikkers.
5
Tel het verschil erbij voor de persoon die meer heeft.
130 + 80 = 210
Jan heeft dus
210 knikkers.
6
Controleer je antwoord.
210 + 130 = 340 ✔
Het totaal klopt!
Kort onthouden
- Zoek het totaal.
- Zoek het verschil.
- Trek het verschil af van het totaal.
- Deel door 2.
- Tel het verschil erbij voor de grootste hoeveelheid.
- Controleer je antwoord.
Handige formule:
(totaal − verschil) ÷ 2 = kleinste aantal
kleinste aantal + verschil = grootste aantal