hoofdrekenen met telraam

Hier kunnen leerlingen hoofdrekenen oefenen met een rekenrek of telraam. Je kan kiezen tussen optellen en aftrekken tot 10. Het begincijfer wordt al weergegeven op het telraam. De kinderen hoeven alleen nog bolletjes bij of af te schuiven.
  
In de loop van het eerste leerjaar begint het echte rekenen: sommen maken. Aan het eind van het eerste leerjaar verwachten we van de meeste kinderen dat ze sommen tot 20 uit het hoofd kunnen maken.
In sommige rekenmethoden zult u tegenwoordig het telraam of rekenrek tegenkomen.

Bij sommen tot 10 schuiven de leerlingen, liefst in groepjes, de kralen bij of af.

Op het rekenrek leren de kinderen de getallen in een keer te zien. Daarbij leren ze handig gebruik te maken van de groepjes van vijf. 

Later gaan ze sommen maken op het rekenrek. Maar ze moeten dan elk getal in één keer naar links of rechts schuiven. Ook het antwoord lezen ze in een keer af. Steeds gebruiken ze de handige structuur van vijf.

Uitbreiding (under construction)
Bij de som 8 + 7 = ? gaat dat bijvoorbeeld zo: Schuif in één keer 8 kralen op het bovenste staaf. Het kind weet dat acht vijf rode en drie blauwe kralen is. Ze splitsen de 7 in 2 en 5.
2 kralen schuiven ze bij de acht zodat er tien gevormd wordt. De rest, 5 kralen, schuiven ze op de tweede lijn.

Na een tijdje leren de kinderen de sommen te maken door alleen naar het rek te kijken en in gedachten de kralen te schuiven. Op den duur hebben ze het rek helemaal niet meer nodig of hoogstens alleen bij lastige sommen.

Er zijn natuurlijk verschillen tussen kinderen. Sommigen hebben het rek nauwelijks nodig. Anderen mogen hem ook nog in het tweede leerjaar gebruiken.