ij of ei? Oefeningen

Sleep het kaartje boven de juiste verhuisdoos. Als het juist is valt het kaartje in de verhuisdoos.

De keuze om een ij of ei te schrijven is soms lastig.

Schrijf je nu ei of ij? Aan de uitspraak kan je het niet horen.
Er bestaan ook geen regeltjes voor die je altijd kan toepassen. Dus oefenen maar... 

Er zijn wel enkele spellingsregelstjes voor het gebruik van een ij of een ei, maar ze bieden bij twijfelgevallen weinig houvast.
Desalniettemin: hieronder staan er een paar.

Schrijf een ei in de achtervoegsels -erlei, -gerei, -heid en -(i)teit.
Voorbeelden: allerlei, kookgerei, eerlijkheid, agressiviteit.

Schrijf een ij in onder meer:

  • sterke werkwoorden die in de verleden tijd ee-klank hebben: lijden (leed-geleden), strijken (streek-gestreken)

  • woorden die met een sterk werkwoord die in het verleden tijd ee-klank hebben  worden gevormd (lijdzaam, strijkstok);

  • woorden die in sommige dialecten uitgesproken worden met een ie zoals: blij, wijs, tijd;

  • woorden die verwante woorden met i(e) hebben: pijler (pilaar); selderij (selderie);

  • woorden met de achtervoegsels -(d)ij, -(d)erij, -e(r)nij en -(e)lijk(s): abdij, bakkerij, lekkernij, nauwelijks.

Helaas bieden deze vuistregels lang niet altijd uitsluitsel.