Cirkelrekenen

Cirkelrekenen is een doeltreffende strategie om het hoofdrekenen met tussenstappen onder de knie te krijgen. 
 

Hoe werk cirkelrekenen?

  1. Bepaal eerst het aantal cirkels. Het aantal cirkels wordt bepaald het aantal "rangen" van het grootste getal in de bewerking.

    - 2 cirkels voor een bewerking als 25 + 74

    - 3 cirkels voor een bewerking als 125 - 65

  2. Vul de cirkels in en bepaal of er 'over' of 'te kort' is.

    Bijvoorbeeld:

Verantwoording:

Bij cirkelrekenen tel je soort bij soort op, of trek je soort van soort af. Het aantal cirkels wordt bepaald door het aantal “rangen” in de getallen. De kinderen rekenen alleen met zuivere eenheden, tientallen, honderdtallen, … .

Aftrekken met cirkels is een innovatieve rekentechniek eigen aan de methode RekenTrapperS.

Eens aangeleerd en in de vingers zullen kinderen heel wat vlotter af te trekken. Vooral kinderen met leerstoornissen en rekenproblemen behalen hier heel wat successen.
Als je met cirkels rekent, onthoud je vooral ronde getallen. Dat is gemakkelijker voor het geheugen.

Het kind moet het rekenen met de brug goed beheersen vooraleer je verder gaat met het aftrekken met over en tekort.

Ook de begrippen over en tekort moet je grondig oefenen. Werk hierbij dikwijls met materiaal, geld, de trap of de vingers.

Met cirkelrekenen verlaag je de kans op fouten doordat de tussenuitkomsten wiskundig correct worden genoteerd.